Een nieuwe vijver voor de Voedseltuin

De Voedseltuin heeft een nieuwe vijver. De oude vijver was in slechte staat geraakt door vandalisme, lekkage en tand des tijds. Maar inmiddels is er met gezamenlijke inzet van vrijwilligers iets moois voor in de plaats gekomen. We spraken met Iris Veentjer van Studio I Focus, die de vijver ontwierp en de aanleg begeleidde.

Waarom een vijver?

„Het belangrijkste is om allerlei kleine organismen een plek te bieden om te kunnen drinken en nestelen,” zegt Iris. „Dingen waar we niet zozeer bij stilstaan.” Een vijver trekt libelles en kikkers aan, houdt de grond vochtig, biedt ruimte aan waterplanten met andere bloemen en bijen — en vergroot daarmee de biodiversiteit in de tuin aanzienlijk.

Wat een vijver zo bijzonder maakt, is dat hij alle lagen van het ecosysteem samenbrengt: van zuurstofplanten die diep onder water leven tot de hoge kruinen van de fruitbomen eromheen. „Je pakt echt alle lagen mee,” aldus Iris. En zodra het water er is, gaat het snel: tijdens de aanleg zat er al een roodborstje nieuwsgierig te kijken wat er gedaan werd, en de vijver bleek meteen een drinkplek voor bijen. „Zo houdt het zichzelf steeds meer in stand.”

Voedseltuin vijverontwerp

Van oud naar nieuw: wat er veranderde

De oude vijver was niet alleen in slechte staat, hij had ook steile hellingen waardoor kleine insecten er moeilijk bij konden. De nieuwe vijver is iets groter én veel vlakker gemaakt. Aan de randen is het geen echte vijver meer, maar een moeraszone: een geleidelijke overgang van droog naar nat. „Kleine bijtjes kunnen op het droge zitten en toch drinken. Bij een schaaltje of een te steile vijver lukt dat vaak niet.”

De vijver heeft meerdere zones, van ondiep moeras tot ongeveer 90 centimeter diep. In elke laag staan planten die bij die diepte passen. Bijzonder: bij het leegmaken van de oude vijver, die al grotendeels was opgedroogd en gevuld met modder, werden nog levende salamanders aangetroffen. „Ik had wel verwacht dat ze er zaten,” zegt Iris, „maar niet dat we ze konden vinden. Ze leken net modder.” De salamanders zijn voorzichtig overgezet en teruggeplaatst in de nieuwe vijver.

Eetbaar én ecologisch

Omdat het een voedseltuin is, wilde Iris niet alleen inheemse waterplanten opnemen, maar ook eetbare soorten. De vijver telt bijna 17 plantensoorten. Voorbeelden: de dotterbloem (goed voor in de salade), rolklaver (de bloemetjes zijn eetbaar), de wortels van de lisdodde en valeriaan. In de kantine van de Voedseltuin hangt de lijst met alle 17 soorten planten in de vijver, inclusief welke wel en niet eetbaar zijn.

Eén plantkeuze verdient speciale aandacht: de lisdodde. Iris heeft bewust gekozen voor de kleine lisdodde. „De grote soort is erg overwoekerend — na één of twee seizoenen heb je geen andere planten meer. De kleine soort is goed voor de biodiversiteit, maar houdt zich in evenwicht met de rest.”

Bouwen met vrijwilligers

De aanleg was een collectieve klus. Iris begeleidde het proces, maar het werk werd grotendeels gedaan door vrijwilligers van de Voedseltuin. In een paar dagen werd het oude vijverfolie verwijderd en de nieuwe vijver aangelegd — het grondwerk was al grotendeels gedaan, wat een grote voorsprong gaf.

De opbouw bestaat uit drie lagen: eerst een beschermdoek, dan vijverfolie, en daaroverheen een laag van zand, compost en klei. „Compost voor de voedingsstoffen, klei voor de mineralen — zodat de planten genoeg houvast hebben.” De vijver is met regenwater gevuld; om de ontwikkeling te versnellen is het een goed idee om water uit een bestaande sloot of vijver toe te voegen, want daarin zitten al de bacteriën die het ecosysteem nodig heeft.

De vijver is mede bekostigd dankzij een subsidie van de regeling Zelfdoen van de Groene Motor, onderdeel van de Provincie Zuid-Holland.

Geen vis, wél evenwicht

Een tip van Iris die misschien verrassend is: doe geen vis in je vijver. „Veel mensen zijn bang voor te veel insecten, maar dat probleem ontstaat juist als het ecosysteem niet in balans is. Zonder vis ontwikkelen kikkers en salamanders zich beter, en die houden de boel vanzelf in evenwicht.”

Het water is nu nog wat groen — de bacteriën en planten zijn nog aan het groeien en de balans is nog niet bereikt. „Maar uiteindelijk wordt hij helder. Je kunt de natuur een zetje geven, maar daarna moet die zelf de balans vinden.”

Zelf aan de slag, ook in het klein

Een vijver hoeft geen grote onderneming te zijn. Zelfs een klein poeltje in de tuin of op het balkon kan al veel verschil maken — voor bijen, insecten en andere dieren. Het belangrijkste is dat de vijver niet te diep en te steil is, zodat kleine dieren er makkelijk bij kunnen. En: ook in een kleine bak wil je meerdere niveaus hebben, met wat aarde aan de bovenkant zodat planten kunnen wortelen.

Op zaterdag 18 april organiseert de Voedseltuin met de Groene Buren een workshop voor mensen uit de wijk om zelf een mini-vijvertje te maken : een speciekuip gevuld en ingericht als vijver. Er is voor tien deelnemers een vijverpakket beschikbaar .

Wat brengt de toekomst?

Iris droomt van een vos die komt drinken bij de vijver — die zijn er al vaker gesignaleerd in de tuin. En wat zou haar het meest verbazen? „Als er uit zichzelf een vis in komt.” Dat kan, zegt ze lachend. Afgesproken: volgend voorjaar kijken we samen hoe de vijver er dan bij staat.

Over Iris Veentjer: Iris legt zelf ook een voedselbostuin aan, waar ze een vergelijkbare vijver heeft aangelegd. Haar kennis over waterplanten bouwde ze op via haar werk rondom lisdodden en een eerder project waarbij ze een natuurvriendelijke oever aanlegde. Ze werkt samen met een gespecialiseerde kweker van inheemse waterplanten.

(Afbeeldingen en foto’s Iris Veentjer: tekeningen van het ontwerp, lijst waterplanten voedseltuin, foto’s van de aanleg en van de vrijwilligers. Tekst: Monique Fransen)